HOME
NL reviews - Among the ruins
OOR - march 2011
De laatste jaren trok hij met een strijkkwartet langs de Europese zalen en maakte
hij als moderne duizendpoot een aantal multidisciplinaire theatervoorstellingen.
De Brabantse Niels Duffhuës, ooit begonnen in The Gathering en met noiserock en
indiepop in respectievelijk Enos en Blimey, keert op zijn zesde soloalbum terug
naar de pop noir die zijn oeuvre zo kenmerkt. Verhalende songs met een donkere
ondertoon, perfect passend bij dat stemgeluid dat altijd wel met Nick Cave vergeleken
zal blijven worden. 'I got the blues when I was born', zingt hij. De thematiek (angst,
droefenis, dood, verderf, duivels, vrouwen, regen, wind, storm) is niet wezenlijk
anders, de muzikale aanpak dankzij de samenwerking met producer/ muzikant Marcel van
de Vondervoort (Astrosoniq) wel. Ondanks dat ze alle instrumenten met zijn tweeën
voor hun rekening namen, klinkt dit meer dan ooit als de cd van een bandje. Het geeft
de songs meer ballen. Dat maakt Duffhuës' Night of the Devil er niet minder mysterieus
en donker door, of zijn songs makkelijker behapbaar. Toch zou het mooi zijn als dit
ijzersterke album eindelijk de bredere erkenning oplevert die Duffhuës eigenlijk al jaren
verdient. Willem Jongeneelen
File under 29-01-2011
'Blues when I had my first kiss/Blues when I used my fists'. De ondergewaardeerde
Duffhuës draait al vele jaren mee in de vlakke Nederlandse popwereld en desondanks
is hij er wederom in geslaagd om zijn zoekende ziel nog wat dieper uit te benen. Dit
is geen blues volgens de bekende schemaatjes, of de pompidom-nostalgie naar Amerikaanse
traditionals van Lohues. Nee, dit is fucking existentieel. En ja dat doet pijn, maar
ook ruïnes kunnen mooi zijn. Duffhuës toont zich in opener "Humming" een verwant van
Bill Callahan (Smog) zeker als hij over rivieren begint. Jandek, een andere rivieren-fan
is ook nooit ver weg. Het akoestische gitaargeluid van een liedje als 'My Woman The Bear'
klinkt als diens album Blue Corpse. Het geluid is hier sowieso uitstekend, vooral de
drumpartijen klinken fantastisch; hustlin' and bustlin' vanuit de buik van de draak,
zoals Duffhuës zelf zingt in een van de hoogtepunten "Saigon Blues". Duffhuës bromzucht
en schreeuwt als vanouds, zijn stem is eenvoudig, maar het timbre past de begeleiding
als gegoten. Als zijn tempo af en toe toeneemt lijkt het zelfs heel vluchtig op rappen.
Ik wil van Duffhuës wel eens een cover van "Jump Around" horen. Die groep van Everlast
heette niet voor niets House Of Pain. Een andere momentje van humor is "400 Steps",
waarvan ik het refrein verstond als '400 laptops'. Een liedje over een LAN party?
Genoeg gegeind, een beetje liefhebber zet snel een spookachtig goed liedje als "Night
Of The Devil" op, waar de snaren van droefheid bijna van de gitaarkast rammelen. 'Since
I'm a big boy I've forgotten their faces, the sound of their voices'. Nu al de beste
Nederlandse release van dit jaar?
Duffhuës - Among The Ruins www.nu.nl
Daags voor zijn 38ste geboortedag komt de geboren Ossenaar Niels Duffhuës met zijn zesde
solo-album. Het debuut op - het eveneens van origine Osse - Spacejam Records is wederom
een verzameling donkere liederen van een verhalenverteller pur sang.
Duffhuës kent de kunst een bruine kroeg voor te schilderen waar de stamgasten hun
levensverhalen over je uitstorten als je naast hen aan de bar aanschuift. Dat doet
hij al vijf albums en op Among The Ruins is dat niet anders.
Wat wel anders is, is de het geluid. Op de voorganger Man On Fire had Duffhuës al
gekozen voor een andere aanpak door strijkers toe te voegen aan het geluid.
Hier worden de sobere arrangementen aangevuld met harmonium, andere exotische geluiden
en - en juist dat is opvallend - drums. Hierdoor schuift hij op deze plaat meer richting
de donkere hoek in de americana, waarmee het geluid ergens tussen Nick Cave, Tom Waits
en Wovenhand komt te staan.
Bezwerend, met zijn diep brommende stem, vertelt Duffhuës zijn verhalen. Geen coupletjes
en refreintjes, maar teksten die het macabere leven weerspiegelen.
Moord
Hoewel Duffhuës lichter klinkt dan ooit tevoren, blijft de thematiek die van ellende,
moord, doodslag en andere lugubere zaken. Zo wordt in My Woman The Bear tot in de fijne
puntjes uitgelegd hoe de moord op zijn vrouw tot stand komt. Een nummer dat qua macabere
sfeer op Nick Cave's Murder Ballads niet had misstaan.
Among The Ruins is wellicht het meest toegankelijke werk van Duffhuës tot op heden,
maar dit zonder op enige wijze toe te geven op zijn eigenheid. Dat alle instrumenten
(buiten de drums, die zijn door Marcel van de Vondervoort ingespeeld) door hem zelf
worden gespeeld.
Compromis
Hiermee gaat de Ossenaar nergens het compromis aan en middenwegen zijn op deze plaat
dan ook niet te horen. Multi-instrumentalist, donkere geest, donkere stem en een gave
de zelfkant om te zetten in verhaal en muziek schetsen Duffhuës en zijn geluid.
Among The Ruins mag dan verwijzen naar vergane gebouwen uit het verre verleden, maar
dit zesde werk zou weleens iets heel moois naar de toekomst kunnen bouwen op het gelegde
fundament van de vijf voorgangers. Een lange muzikale carrière die zich in deze
bedwelmende plaat uit betaald.
Planet Trash 09-01-2011
De meeste singer-songwriters kunnen bij mij geen potje breken. Huilebalken zijn
het die zich geroepen voelen hun pathetische zieleroerselen te moeten delen met
de buitenwereld. Een beetje op je gitaar tokkelen, kijken alsof je al weken last
van constipatie hebt en af en toe een politiek correcte zin mompelen. Mijn
gechargeerde beeld van het genre. Ik ga niet op zoek naar singer-songwriters,
maar soms vinden ze mij. Duffhuës komt uit Oss en Among The Ruins is zijn zesde
plaat. De eerste vijf zijn mij volstrekt onbekend en hoewel ik na het luisteren
naar zijn nieuwe plaat geen behoefte voel de back catalogue van deze man te
checken is Among The Ruins zeker geen doorsnee album geworden. Duffhuës bezit
de gave om de donkere kant te bezingen, heeft een aangenaam brommende stem en
gebruikt diverse instrumenten om zijn plaat in te kleuren. Daar zit hij dan,
tussen vervallen en reeds lang geleden verlaten gebouwen het verleden te overdenken,
met een zinloos bestaan in het verschiet. Hij weet het, waardoor op Among The
Ruins vooral berusting doorklinkt.
Music From
Niels Duffhuës begon zijn muzikale carrière als zanger van The Gathering en
speelde vervolgens in de rockband Enos. Hierna begon hij voor zichzelf en op 7
januari van dit jaar verscheen alweer zijn zesde soloalbum. 'Among The Ruins'
werd geproduceerd en gemixt door Marcel van de Vondervoort en deze bespeelde
ook verschillende instrumenten. De andere instrumenten werden bespeeld door
Duffhuës zelf. Het levert een album op waarop piano, drums en akoestische
gitaar om de aandacht vechten en dat sterk aan het werk van Nick Cave doet
denken. Dit komt mede door de stem van Duffhuës, maar ook muzikaal gezien
tapt hij uit hetzelfde vaatje als de Australiër. En belangrijk verschil is
echter dat de songs door het ontbreken van een veelkoppige begeleidingsband
duidelijk minder uitgebreid gearrangeerd zijn.
Na de rustige opener 'Humming' en het wat meer uptempo 'Windman' vormt de
zeer gedreven single 'My Woman The Bear' het eerste hoogtepunt op 'Among The Ruins'.
Ook de titeltrack, die er meteen achteraan komt, is erg goed. Deze song wordt
gekenmerkt door een akoestische gitaar, een rollende drumpartij en veel handclaps.
Verder zorgt de piano, die af en toe eventjes om de hoek gluurt, voor de kers op
de taart. Ook het nummer 'The Hidden' heeft handclaps en sterk drumwerk, maar
hier heeft de piano een veel belangrijkere rol.
'Saigon Blues' is weer wat trager, maar wel behoorlijk intens. Ook 'All Leading
To You' is traag en hier is het vooral de piano die de hoofdrol opeist. Deze
song had afkomstig kunnen zijn van 'No More Shall We Part', het album van Nick
Cave uit 2001. Tegen het eind van 'Among The Ruins' laat Dufhuës horen dat hij
zijn inspiratie niet alleen bij Nick Cave gehaald heeft. Het akoestische 'Kalii
Gula Theme' doet sterk denken aan de woestijnmuziek die Calexico op hun album
'Hot Rail' liet horen. Ook 'A Way Out' heeft een afwijkend geluid. Deze song
gaat, mede door het gebruik van een harmonica, richting Americana.
Duffhuës levert met 'Among The Ruins' een uitstekend album af. Het geluid is
misschien niet heel origineel, maar bevat meer dan genoeg eigen inbreng.
Daarnaast staat het album vol met goede songs.
3 voor 12 Den Bosch 31-01-2011
De symbiose tussen Duffhuës en strijkerskwartet Quinetique op voorganger
Songs of Mystery & Other Tales heeft inmiddels plaats gemaakt voor een nieuwe.
Op Among The Ruins grijpt de Bosschenaar nadrukkelijk terug op twee instrumenten,
gitaar en drums. Drummer Marcel van de Vondervoort (Astrosoniq) nam voor deze
plaat de drumpartijen en de productie voor zijn rekening.
Zo hier en daar is nog wel een vleugje piano te horen, maar de strijkers zijn
volledig van het toneel verdwenen. Duffhuës is nog altijd reislustig en laat
zich op Among The Ruins veelvuldig inspireren door zijn reizen door verre landen.
Single 'My Woman The Bear' is met afstand het meest pakkende nummer van het album
en misschien zelfs wel van zijn gehele oeuvre. Met een beetje goede promotie
kan het zo de ether in geslingerd worden. De kracht zit hem in de onweerstaanbare
groove van gitaar en drums. De dreigende sfeer en het macabere thema over een
moorddadige wraakoefening maken het plaatje compleet.
De titeltrack heeft mede door de footstomps en de handclaps een meer folky
karakter. Toch verloochent de Bosschenaar zijn bluesroots niet. Met nummers
als 'Saigon Blues', 'All Leading to You' en 'Blues When I Was Born' klinkt
Duffhuës weer erg vertrouwd. Het bezwerende '400 Steps' kruipt onder je huid,
net als het met uptempo percussie aanzwellende 'The Hidden'.
Op 'Kalii Gula Theme' is er volop ruimte voor het experiment. Een overstuurde
tremolo galmt als een soort soundscape over het experimentele drumwerk. Fans
van dat werk kunnen ook met een gerust hart notie nemen van Stone Bowels,
een project van Duffhuës met geïmproviseerde muziek in combinatie met
zelfgemaakte filmbeelden.
Gezegd kan worden dat Duffhuës met Among The Ruins zijn meest toegankelijke
plaat tot nu toe heeft uitgebracht. Duffhuës schuift qua geluid en stijl
wat meer richting Woven Hand en Nick Cave en vindt zich daarmee opnieuw uit.